Achtermistlichten (oranje logo op dashboard)
Motorvoertuigen moeten uitgerust zijn met één of twee rode achtermistlichten.
Deze gebruik je wanneer:
• mist de zichtbaarheid beperkt tot minder dan 100 m;
• sneeuwval het zicht beperkt tot minder dan 100 m;
• het fel regent.
Deze achtermistlichten mogen niet in andere omstandigheden gebruikt worden. De reden daartoe is simpel: achtermistlichten kunnen sterk verblinden! Vergeet ze daarom niet uit te zetten als je in een file belandt.
Voormistlichten (groen logo op dashboard)
Voertuigen mogen met (witte of gele) voormistlichten uitgerust zijn. Dit is niet verplicht.
Opgelet, het gebruik is wél gereglementeerd!
De voormistlichten mogen alleen gebruikt worden in geval van:
• mist;
• sneeuwval;
• felle regen.
Let op voor het stofzuigereffect!
Het stofzuigereffect bij dichte mist is een fenomeen dat optreedt wanneer automobilisten door de mist hun oriëntatie verliezen en instinctief gaan versnellen om de achterlichten van hun voorganger te blijven zien. Dit leidt ertoe dat:
- Auto's te dicht op elkaar gaan rijden.
- De snelheid ongemerkt toeneemt.
- De kans op kettingbotsingen sterk stijgt, vooral bij plotseling remmen of obstakels op de weg.
Onthoud deze tips:
- Vertraag geleidelijk – rem niet bruusk.
- Houd extra afstand.
- Volg niet blindelings de achterlichten van je voorganger.
- Gebruik je vier richtingaanwijzers (knipperlichten) bij plotselinge vertraging om achterliggers te waarschuwen.
- Blijf kalm en alert – vermijd paniekreacties zoals abrupt van rijstrook wisselen.


